Vilt
Start

horizontal rule

 

Omhoog

Over het vilten van wol

Vilten van wol is waarschijnlijk een van de oudste technieken op het gebied van textiel. Volgens de overlevering is dit 3000 jaar geleden door een monnik (Heilige Clemens) uitgevonden. Hij kreeg van een boer wat wol, en stopte dit in zijn schoenen om zijn voeten warm te houden. Door wrijving, vocht en druk werd dit na verloop van tijd een lap vilt.

Het mooie van vilt is dat het in alle denkbare vormen te bewerken is. De nomaden in AziŽ maakten er dakplaten voor hun hutten (Yurten) van. Vilt kan zo compact worden dat het water afstoot.

Waarom vervilt wol?

Als wol met warm water in contact komt, dan zetten de schubben van de haren uit. Door te wrijven en drukken raken de haren in elkaar verstrengeld en gaan aan elkaar haken. Zeep kan dit proces stimuleren. Bij het afkoelen sluiten de schubben weer en is er een compacte structuur ontstaan: vilt. Daarom krimpt de mooie wollen trui pas bij het koude spoelprogramma van de wasmachine. Het is een onomkeerbaar proces. De gekrompen wollen trui zal nooit meer zín mooie luchtige structuur  terugkrijgen!

 

De wol van onze schapen wordt veel gebruikt om mee te vilten. Afhankelijk van de toepassing is het een (nogmaals) hele stevige wol die ook gemakkelijk vervilt. De wol prikt wel, maar als er aan de binnenkant van een paar sloffen een klein laagje zachtere wol wordt  toegepast, dan heb je uiteindelijk een paar fantastische sloffen.

Zoals gezegd zijn de toepassingen heel divers, je kan er dus sloffen, hoeden, sjaals, omslagdoeken, tassen, theemutsen en vloerkleden van maken. Verder zijn er ook mensen die er prachtige kunstzinnige objecten van maken.

 

De techniek is heel in het kort gezegd als volgt. Leg een eerste laag wol op een vel bubbeltjesfolie of een rieten mat. Leg de schone en gekaarde wol dakpansgewijs neer. De volgende laag komt hier haaks op te liggen. Dan deze twee lagen nat sproeien met warm zeepwater. Bubbeltjesfolie eroverheen leggen en aandrukken tot alles goed nat is. Dan weer haaks op deze laag een derde laag aanbrengen en eventueel een vierde en vijfde. Steeds om en om horizontaal en verticaal neerleggen. De lagen zijn allemaal goed nat en aangedrukt. Dan kan men alles met folie en al stevig oprollen en overtollig water eruit duwen. Uitrollen en met zeephanden (dit kan olijfzeep zijn, maar elke andere zeep kan ook) voorzichtig de wol aandrukken en voorzichtig wrijven. Gaat de wol al een beetje aan elkaar zitten, dan kan de lap nogmaals opgerold worden, in de bubbeltjesfolie. Rol dit vervolgens weer in een handdoek en rol het geheel zoín 25 keer onder uw handen. Over de hele breedte druk uitoefenen. Alles weer uitpakken. De wollen lap een kwartslag draaien. Weer in de folie en de handdoek rollen, weer 25 keer rollen en druk uitoefenen.

Om te bepalen of de wol goed vervilt is doen we de viltproef. We pakken dan een laagje wol beet en proberen dit van de onderliggende laag omhoog te trekken. Lukt dit, dan is de wol nog niet goed vervilt. Lukt dit niet en is de lap ongeveer een derde gekrompen in oppervlakte? Dan is de lap goed vervilt. Men kan wel tot 50% laten krimpen. De vilten lap wordt dan niet alleen kleiner, maar ook compacter en zal dan ook minder snel gaan pillen (pluizen).

Ook kan door vilten een hele vacht aaneen gevilt worden, zodat er een samenhangend geheel ontstaat dat eruit ziet als een gelooide huid, terwijl het schaap nog gewoon rondloopt.